Naar de inhoud

Overzicht van berichten

Lees ME nummer 4

leesme-4

De vierde Lees ME, het tijdschrift van de ME/CVS Vereniging, is in maart weer bezorgd bij de leden.

Het blad is weer voorzien van een mooie omslagfoto en bevat diverse columns en een boekebspreking.
Verder nieuws over de richtlijn ME/CVS, de rubrieken 'wetenschap', opnieuw een deel over Zwangerschap en ME en een item over ME/CVS en hobby.

Word lid van de ME/CVS Vereniging en ontvang Lees ME in de brievenbus.

 

VoorbeeldweergaveBijlageGrootte
lees-me-4-webversie.pdf1.04 MB

Subgroepen centraal tijdens ME-conferentie in Londen

De reikwijdte van de voor wetenschappelijke doeleinden bedoelde CDC-definitie maakt het noodzakelijk om subgroepen ME/CVS-patiënten te onderscheiden. Dit wordt inmiddels door veel onderzoekers onderkend. Onder leiding van Prof. Malcom Hooper komen 23 mei in Londen gezaghebbende ME/CVS deskundigen aan het woord, waaronder Dr. Leonard Jason, die onlangs vier subgroepen onderscheidde, Dr Martin Lerner - en last but not least Dr. Johanathan Kerr.
Voor de conferentie zie: http://www.investinme.org/Documents/MECFS%20Conference%202008/IiME%20MECFS%20Conference%202008%20Flyer.pdf

Jonathan Kerr, microbioloog en onderzoeker verbonden aan de St. George's University, heeft met behulp van genonderzoek subgroepen geïdentificeerd. Kerr keek naar genexpressie in het bloed aan de hand van de in eerder onderzoek geselecteerde 88 genen. Bij genexpressie gaat het om het maken van een eiwit op basis van de lettervolgorde van een gen. Eiwitten zijn eigenschappen: ze voeren voor ons lichaam belangrijke functies uit. Bacteriën, waaronder ook ziekteverwekkende bacteriën en virussen, laten regelmatig sporen na; ze brengen genen tot expressie.

Bij het doen van uitspraken over de relatie tussen genexpressie komt veel kansberekening kijken. Het is dan ook maar te hopen dat Kerr de juiste genen heeft geselecteerd. Met behulp van de statistische analyse (ANOVA) en geavanceerde software heeft Kerr het bestaan van zeven klinisch te onderscheiden subgroepen patiënten aangetoond. De onderzoekspopulatie bestond uit 55 patiënten, afkomstig uit klinieken in Dorset, Bristol, Londen en New York (V.S). Kerr maakte bij de identificatie van subroepen  tevens gebruik van - onder meer - de bekende SF-36 vragenlijst en van diverse neurocognitieve testen. De SF-36 vragenlijst wordt veel gebruikt bij het bepalen van de functionele beperkingen van ME/CVS-patiënten. De vragenlijst maakt onder meer onderscheid tussen ME/CVS en depressie.

Kerr benoemt de volgende subgroepen:
1: met cognitieve, spier-pees-botaandoeningen en slaap, angst en depressie; 
2: met spier-pees-botaandoeningen en pijn, angst en depressie; 
3: het z.g. milde type; 
4: met primair cognitieve problemen; 
5: met spier-pees-botaandoeningen en maag- en darmproblatiek; 
6: met primair inspanningsintolerantie en 
7: met pijn, infecties, spier-pees-botaandoeningen, slaapproblemen, neurologische problemen, maagdarmproblematiek, neurocognitieve problemen en angst en depressie.

Of Kerr alle ME/CVS-subgroepen in kaart heeft gebracht weten we niet. Dat zal moeten blijken uit grootschaliger onderzoek. Hoewel alle patiënten kampen met neurologische problemen verschilt het neurologische karakter van het ziektebeeld per subgroep. De patiënten die er het slechtst aan toe zijn vinden we in subgroep 1, 2 en 7.
De subgroepen met de meest ernstige ME/CVS-symptomen hebben tevens de meeste psychische problemen. Dit is ook bij andere lichamelijke ziekten het geval.
Sommige subgroepen (3, 5 en 7) bestonden geheel uit vrouwen. Bij subgroep 7, ME/CVS- vrouwen met een gemiddelde leeftijd van 47, is de hoeveelheid oestrogeen een factor van betekenis. In februari 2007 verscheen reeds een artikel van de Zweedse onderzoeker H. Gräns in het tijdschrift Journal of Clinical Virology waarin aandacht besteed wordt aan de mogelijk relevante relatie tussen een verminderde hoeveelheid intracellulaire oestrogeenreceptor en ME/CVS. De werking van de proteïne oestrogeen is sterk afhankelijk van de binding aan zo’n receptor en er bestaat een aanwijsbare relatie tussen de aanmaak van oestrogeen en vermoeidheid.

De hierboven genoemde 88 genen kunnen in verband gebracht worden met reeds bekende oorzakelijke factoren voor ME/CVS, zoals de infectie met enterovirussen en het Epstein-Barrvirus, de aanraking met giftige organofosfaten, de activatie van de T-cellen en de homeostase (van het immuunsysteem).

Het onderzoek van Kerr biedt hoop. De Engels wetenschapsjournalist Bob Ward verkondigde onlangs dat de aaan de hand van de 88 genen opgespoorde proteines in het bloed als biomarker kunnen fungeren.(zie: http://www.telegraph.co.uk/earth/main.jhtmlxml=/earth/2008/03/18/scime118.xml).

Het onderzoek biedt in de toekomst mogelijkheden voor behandeling, afgestemd op een vijftal 'bekende' genen. Kerr noemt in dit verband ook de potentiële werkzaamheid van een reeks voor andere ziektes gebruikte medicijnen. Voor de (partiële) behandeling van subgroep 2 bestaan er diverse medicijnen, waaronder de ontstekingsremmer (anti-TNF) Etanercept, waarmee reeds geëxperimenteerd is door Kristian Lamprecht (zie: http://www.cfs-news.org/aacfs-01.htm).

Kerr benoemt ook bij kanker gebruikte medicijnen Lonafarnib en Tipifarnib (voor alle subgroepen behalve 4) en Tocilizumab (voor alle subgroepen behalve 3), gebruikt bij auto-immuunziektes. Validering en replicatie van het onderzoek, dat in het decembernummer van het Journal of Clinical Virology gepubliceerd is, volgt.

Voor de engelstalige samenvatting van het onderzoek zie:
http://listserv.surfnet.nl/scripts/wa.exe?A2=ind07112B&L=me-platform&P=R2
Voor meer informatie over de stand van het wetenschappelijk onderzoek naar ME zie ook voordracht Prof. Hooper http://www.sheffieldmegroup.co.uk/Conference%20Report%202007.pdf

Binnenkort verschijnt een ander artikel van Kerr over dit onderwerp.

Voor informatie over etanercept zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Etanercept

Zie verder de samenvatting in pubmed van het artikel van H.Grans: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/16731592?ordinalpos=3&itool=EntrezSystem2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum
H.Grans e.a Reduced levels of oestrogen receptor beta mRNA in Swedish patients with chronis fatigue syndrome.
Journal of Clinical Virology, februari 2007

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid betreurt beëindiging samenwerking door ME/CVS Stichting bij ontwikkeling richtlijn

De ME/CVS Stichting heeft op 3 maart te kennen gegeven niet langer met de beide andere Nederlandse ME-organisaties, de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en de ME/CVS Vereniging, te willen samenwerken in het kader van de ontwikkeling van een multidisciplinaire richtlijn voor ME/CVS. De ontwikkeling van zo'n richtlijn is onderdeel van het door ZonMW gecoördineerde CVS-programma. Het geld daarvoor is door de het ministerie van VWS ter beschikking is gesteld na een gezamenlijke actie van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en het voormalige ME-Fonds. De richtlijn moet professionele zorgverleners een instrument in handen geven voor betere diagnose, behandeling, begeleiding en beoordeling van ME-patiënten. De Steungroep is verbaasd over het besluit van de ME/CVS Stichting en betreurt dit zeer.

Voorwaarde voor de betrokkenheid van de patiëntenorganisaties bij de ontwikkeling van de richtlijn was dat de organisaties het eens werden over de afgevaardigden die namens de drie organisaties gezamenlijk konden optreden. Dat is met de nodige moeite gelukt. De samenwerking van de drie patiëntenorganisaties die zo is ontstaan bleek lange tijd juist een goed middel om geschillen uit het verleden achter zich te laten en de blik op de toekomst te richten om zo de belangen van de gezamenlijke achterban, de ME/CVS-patiënten in Nederland, beter te kunnen behartigen.

De ME/CVS Stichting stelt nu dat verdere samenwerking onmogelijk zou zijn door 'de eigenzinnige en niet verantwoorde aanpak’ van de andere organisaties, alsmede door het feit dat 'afspraken herhaaldelijk niet werden nagekomen'. Een nadere uitleg ontbreekt. De Steungroep herkent zich hier niet in. Alle drie partijen hebben flink geïnvesteerd in de intensieve samenwerking die nodig was, van grote inhoudelijke verschillen bleek geen sprake en voor zover er al sprake bleek van verschillen kon steeds een compromis worden gevonden.

De richtlijn wordt ontwikkeld in samenwerking met professionele richtlijnontwikkelaars en medische professionals. Hierbij wordt gewerkt volgens een van te voren vastgestelde procedure, waaraan alle betrokkenen, dus ook de patiëntenorganisaties, zich hebben te houden. Voor onverantwoord eigenzinnig optreden is hierbij geen plaats. De inbreng die de vertegenwoordigers van de Steungroep vanuit het patiëntenperspectief hadden werd door hen juist gewaardeerd.

Ook in het verwijt dat afspraken herhaaldelijk niet nagekomen zouden zijn herkent de Steungroep zich niet. Van tevoren was afgesproken dat de vertegenwoordigers in de werkgroepen en kerngroep niet alleen namens hun eigen organisatie zouden optreden, maar altijd namens de drie organisaties gezamenlijk. De vertegenwoordigers van de Steungroep zijn de in onderling overleg gemaakte afspraken steeds naar eer en geweten nagekomen.

De Steungroep betreurt de beslissing van de ME/CVS Stichting zeer en is van mening dat de belangen van de ME/CVS-patiënten in Nederland er niet mee gediend zijn dat een van de organisaties met betrekking tot de richtlijn opeens een andere koers gaat varen. Deze beslissing komt op een moment dat de ontwikkeling van de richtlijn zich in een cruciale fase bevindt. De Steungroep zal zich blijven houden aan de samenwerkingsafspraken hierover met de ME/CVS-Vereniging en staat open voor nieuw overleg met de ME/CVS-Stichting. Verbetering van de medische zorg, begeleiding, indicaties en keuringen voor mensen met ME/CVS is hard nodig De Steungroep heeft tot nu toe haar in jaren opgebouwde kennis en ervaring geïnvesteerd om tot een goede, breed gedragen richtlijn hiervoor te komen en zal dat blijven doen.

Het bestuur van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid

Groningen, 7 maart 2008

Bron: Reactie Steungroep op beëindiging samenwerking door ME/CVS Stichting bij ontwikkeling richtlijn

ME/CVS-Stichting trekt zich terug uit organisatie-overleg

De ME/CVS-Stichting Nederland heeft vandaag te kennen gegeven dat men zich niet langer wenst te houden aan de met de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en de ME/CVS Vereniging gemaakte afspraak om gezamenlijk de patiënten te vertegenwoordigen. De Stichting komt haar deel van de afspraak niet na en zal vanaf nu alleen "de eigen standpunten" verdedigen. Wat deze standpunten zijn na de recente bestuurswisseling is onbekend; de donateurs hebben daar geen zeggenschap in.

De gezamenlijke vertegenwoordiging was een voorwaarde van richtlijnproducent CBO en opdrachtgever ZonMw, en kwam tot stand door bemiddeling van de CG-Raad. Het is nog niet duidelijk of het schenden van deze voorwaarde door de Stichting gevolgen gaat hebben. Via een van de twee patiëntenvertegenwoordigers in de kerngroep, Ynske Jansen, blijft het geluid van Steungroep en Vereniging gehoord.

De Stichting stelt met de inhoudelijke deskundigheid van Steungroep en Vereniging niet goed uit de voeten te kunnen en de voorkeur te geven aan een lobby-aanpak buiten de normale richtlijn-procedure om. De bedoeling van ZonMw was juist dat de patiëntenvertegenwoordigers open en volwaardig zouden meedraaien.

Nadat de kerngroep de concept-richtlijn heeft vastgesteld, komt er een openbare commentaarronde. Tegelijk zal een enquête worden uitgevoerd door het Nivel onder de leden en de donateurs, om het draagvlak voor de aanbevelingen te peilen.

De ME/CVS Vereniging betreurt het besluit van de ME/CVS-Stichting Nederland, die hiermee de positie van de patiëntenorganisaties binnen het CBO-overleg verzwakt. De Vereniging benadrukt dat zij zelf alle afspraken is nagekomen en het belang van alle ME/CVS-patiënten zal blijven behartigen.

Effectiviteit van CGT bij ME/CVS niet positief

Drs. M.P. Koolhaas, H. de Boorder en de bekende Belgische psychologe Prof. Dr. E. van Hoof concluderen in een binnenkort te verschijnen publicatie dat de effectiviteit van CGT bij ME/CVS in de dagelijkse praktijk per saldo niet positief is. Van de honderd respondenten meldde slechts 2% dat men zich na afloop van de therapie naar eigen oordeel als 'volledig hersteld' beschouwde. 30% vond zichzelf door de therapie 'verbeterd' en eenzelfde percentage meldde 'geen verandering'. Tenslotte gaf 38% aan door de therapie erop achteruitgegaan te zijn, voor het meerendeel van hen gold dit zelfs in sterke mate.De auteurs spreken van misleidende succespercentages in eerdere gecontroleerde wetenschappelijke studies naar de effectiviteit van CGT. Het onderzoek van Koolhaas c.s. bevestigt de veelvuldig door Nederlandse ME/CVS patiënten onder de aandacht gebrachte ervaringen met CGT. De veelal negatieve patiëntervaringen met CGT zijn in het buitenland al eerder op schrift gesteld. Denk hierbij aan het Belgische RIZIV rapport, het rapport van de Engelse "Working Group on CFS/ME" en ook het onlangs verschenen rapport van de Schotse "Action for ME".Dankzij Koolhaas e.a. worden nu ook de Nederlandse ervaringen op schrift gesteld. Toch moeten we voorzichtig omgaan met de conclusies van deze auteurs. Het onderzoek is namelijk niet gebaseerd op een aselecte steekproef van ME/CVS patiënten en houdt bovendien geen rekening met het natuurlijk beloop.

De door Koolhaas gesignaleerde misleiding wordt in Nederland gevoed door de niet onderbouwde conclusies over de werking van CGT uit het rapport van de Gezondheidsraad (2005). Deze conclusies liepen vooruit op de publicatie van Hans Knoop, Gijs Bleijenberg, Marieke F.M. Gielissen, Jos van der Meer en Peter D. White in Psychotherapy and Psychosomatics (2007). Knoop e.a. menen dat de therapeut de patiënt kan berichten dat een substantiële verbetering van de symptomen waarschijnlijk is en dat volledig herstel mogelijk is. De auteurs claimen dat na behandeling met CGT tussen de 50% en 70% van de patiënten een significante vermindering van de symptomen liet zien. Zij plaatsen hierbij wel een -veelal niet opgemerkte- kanttekening. In het geval er een behoudende definitie van herstel wordt gehanteerd is er sprake van 23% herstel. De auteurs geven bovendien aan dat het percentage herstel afhankelijk is van de definitie van herstel. Zij sluiten niet uit dat de patiënt een andere definitie van herstel hanteert dan de therapeut. Kortom de optimistische claim van de auteurs is primair gebaseerd op het (voor-)oordeel van de therapeut. Desondanks vinden we deze claim, of een variant op deze claim, terug in diverse websiteberichten over het aanbod van CGT. Ook de ME/CVS stichting rapporteerde onlangs naar aanleiding van onderzoek van Jason over een (20%) helende werking van CGT.

De ME/CVS vereniging verweert zich al sinds haar oprichting tegen het misplaatste optimisme en de onjuiste berichtgeving over de werking van CGT. De vereniging voelt zich daarin gesteund door andere patiëntenorganisaties en ook door de conclusies uit wetenschappelijk onderzoek uit de V.S.

Een in november 2007 in het Journal of Clinical Physology in Medical Settings gepubliceerde onderzoek van Jason naar niet-medicamenteuze behandelingen maakt melding van bescheiden effect van CGT . De in de V.S aangeboden CGT leidt tot een verbetering van een beperkt aantal van de gemeten (20%) variabelen. Er was sprake sprake van een bescheiden herstel, daar waar het gaat om een beperkt aantal klachten. CGT leidde tot een vermindering van de gerapporteerde depressieve gevoelens en pijn aan de gewrichten.

Jason onderkent de inspanningsintolerantie van ME/CVS patiënten. Hij concludeert dat CGT niet per definitie superieur is aan het andere, in het onderzoek meegenomen niet-medicamenteuze aanbod, d.w.z. relaxatie, cognitieve therapie of 'anaerobe activiteit'. Jason onderkent de verscheidenheid van de patiëntenpopulatie en beschouwt CGT als een van de strategieën om met de ME/CVS klachten om te gaan.

Bronnen:

Voorlichting Neuroverpleegkundigen en Verzorgenden

Op uitnodiging van de NVNV, de Nederlandse Vereniging van Neuro-Verpleegkundigen en Verzorgenden, was de ME/CVS Vereniging op 15 februari j.l. aanwezig met een posterpresentatie in het VU medisch centrum te Amsterdam. Gelegenheid was het congres ‘Het brein en ik’.

Het congres had een gevarieerd programma met presentaties als Jong dementerenden, ALS, Epilepsiezorg, Ziekte van Parkinson, Vermoeidheid bij MS etc. In de pauzes bestond er voor de deelnemers de mogelijkheid om diverse posterpresentaties in de foyer te bezoeken. Met trots presenteerde de ME/CVS Vereniging haar stand. Een bestuurslid en een drietal vrijwilligers van de Vereniging waren aanwezig en leverden hun aandeel in informatieverstrekking en voorlichting over de patiëntenvereniging en het ziektebeeld ME/CVS. Bezoekers hechtten duidelijk waarde aan het feit dat ze oog in oog met patiënten stonden die vanuit ervaringsdeskundigheid spraken.

Het leidde in veel gevallen tot boeiende contacten en gesprekken met het verzoek om het volledige informatiepakket toe te zenden. Neuro-verpleegkundigen willen zo hun achterban informeren en de Lees ME’s en folders op hun afdeling in ziekenhuis of Thuiszorginstelling kunnen aanbieden aan collega’s en patiënten. De eerste waardevolle contacten zijn gelegd om in de nabije toekomst meer voorlichting/deskundigheidsbevordering op het gebied van ME/CVS te kunnen geven.

Volgend jaar zal de ME/CVS Vereniging opnieuw aanwezig zijn op het congres van NVNV.

UMC Utrecht start CGT via het internet

Het Universitair Medisch Centrum Utrecht zoekt 140 jongeren van 12 tot 17,5 jaar voor deelname aan een onderzoek naar Cognitieve Gedragstherapie (CGT) via email. Het UMC Utrecht beweert dat driekwart van de jongeren dankzij CGT volledig geneest. Ze willen nu proberen of deze behandeling ook via het internet kan. Daarbij krijgen de deelnemers opdrachten om te leren beter te denken en zich verstandiger te gedragen.

De ME/CVS Vereniging waarschuwt jongeren met ME/CVS om niet zomaar aan dit onderzoek mee te doen. Er is geen enkel bewijs voor de bewering dat je door CGT van een lichamelijke ziekte als ME/CVS kan genezen. Als de opdrachten te zwaar zijn kun je zelfs achteruit gaan. Bij een behandeling via het internet is het twijfelachtig of de therapeut het wel op tijd in de gaten heeft als je overbelast raakt.

Bovendien blijkt dat het UMC Utrecht niet goed weet wat ME/CVS is. Het UMC Utrecht denkt dat je CVS kunt krijgen doordat je tegenwoordig zoveel moet. Als je al een tijd erg moe bent en de kinderarts niets in je bloed vindt, heb je volgens het centrum CVS en kun je aan het onderzoek meedoen. Misschien hebben veel deelnemers eigenlijk een heel andere ziekte, zodat de echte ME/CVS-patiënten in de minderheid zijn. Die lopen dan het risico dat er wordt gedacht dat ze hetzelfde kunnen als de anderen.

Voor meer informatie: zie website UMC Utrecht.

Invoering Nijmeegse CGT gaat gepaard met veel afhakers

Deze maand rapporteren de Nijmeegse onderzoekers Scheeres, Wensing, Knoop en Bleijenberg in het Journal of Consulting and Clinical Psychology een omvangrijke uitval bij de invoering van cognitieve gedragstherapie (CGT) in het ziekenhuis.

Een instroom van 143 patiënten resulteerde in een uitstroom van slechts 72 patiënten met afgeronde behandeling. Maar liefst achtentwintig patiënten (25%) besloten na de intake toch niet mee te doen. Achttien patiënten (12,6%) verschenen niet op de intake en gedurende de therapiesessies haakten er twaalf (14,3%) af. Dertien patiënten (10,4%) kregen in eerste instantie ten onrechte het label CVS opgeplakt.De patiënten gaven aan een medische oorzaak te vermoeden. En/of vonden de therapie niet passend. De uitval bleef overigens niet beperkt tot patiënten. Ook vier ervaren therapeuten, zo lezen we, haakten "om diverse redenen" af. Het aantal voorgeschreven sessies liep uit. De bedoeling was om 16x1 uur in een periode van zes tot acht maanden therapie te leveren. Beginnende therapeuten bleken echter tot maximaal 31 sessies nodig te hebben. De therapieduur bleek achteraf niet van essentieel belang voor het succes. Alleen de ernst van de vermoeidheid bleek het succes van de behandeling te kunnen voorspellen.

De toelatingscriteria tot de sessies waren soepel. Strikte criteria voor deelname, daar waar het gaat om de ernst van de vermoeidheid en/of de ernst van de fysieke beperkingen ontbraken. De auteurs maakten bij de diagnose gebruik van de ruime Fukuda-criteria. Het gebruik van ruime selectiecriteria door de Nijmeegse onderzoeksgroep is overigens niet verwonderlijk. De Nijmeegse CGT is met name bedoeld om somatisatie en passiviteit te bestrijden. Hoe soepeler de criteria: hoe meer patiënten met te behandelen psychische problemen.

De studie heeft het karakter van benchmark, d.w.z een productvergelijking. Het relatieve behandelsucces werd vergelijken met  methodologische verantwoorde overzichtstudies (z.g. Randomized Controlled Trials) van onder meer Sharpe (1996), Deale (1997), Prins (2001) en Stulemeijer (2005). Ondanks de gerapporteerde uitval claimen de auteurs een relatief succes. Zij pleiten er  voor om CGT in Nederland in te voeren en menen dat de patiënten door training en supervisie van behandelaars beter gemotiveerd kunnen worden.

zie: http://listserv.nodak.edu/cgi-bin/wa.exe?A2=ind0801E&L=co-cure&P=R2882

Amerikaanse campagne voor omzetting CFS in CFS/ME

In de Verenigde Staten wordt door internationale kopstukken, waaronder Prof.Dr. Komaroff en Prof. dr. Nancy Klimas voortvarend campagne gevoerd om afscheid te nemen van de naam chronic fatigue syndroom (CFS).

Komaroff betreurt heden (2007) de fouten uit het verleden: "None of the participants in creating the 1988 CFS case definition and name ever expressed any concern that it might TRIVIALISE the illness. We were insensitive to that possibility and WE WERE WRONG."

Internationaal raakt de afkorting CFS/ME (of ME/CFS) als pragmatisch alternatief voor CFS steeds meer ingeburgerd. De ME/CVS vereniging juicht de naamsverandering, als een stap in de goede richting, toe, en roept patiënten op om de petititie tot naamsverandering te tekenen. De ME/CVS vereniging neemt overigens geen afstand van de naam Myalgische Encephalomyelitis, de door de WHO erkende naam voor de ziekte ME. De campagnemakers doen overigens geen uitspraak over de keuze tussen de naam Myalgische Encephalopathie en Myalgische Encephalomyelits.
Een naamsverandering is absolute noodzaak. Het door het het CDC (Centers for Disease Control an Prevention) in 1988 bedachte label Chronic Fatigue Syndrome leidt tot trivialisering van de ziekte en tot stigmatisering van de patiënten. Het label, ooit bedoeld als zoeklicht voor wetenschappelijk onderzoek, wordt nu gebruikt als een uitsluitingsdiagnose. Het fungeert als containerbegrip voor onbegrepen moeheid, en lijkt een eigen leven te gaan leiden. Diagnostisch criteria worden door "hulpverleners" opgerekt of niet gebruikt.

Er zullen nog heel wat noten gekraakt moeten worden voordat er onder artsen, wetenschappers en patiënten consensus is over de naamgeving. Zo prefereert het Nederlandse Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid, ondanks alle internationale ontwikkelingen, de naam CVS. Samenwerkingspartner, de ME/CVS stichting, sprak zich onlangs op haar website nog uit voor "het chronisch uitputtingssyndroom" als alternatief voor ME en CVS.

zie: www.afairname.org

Deens onderzoek: Na negen jaar ME/CVS weinig herstel.

De Deense dr. Mette Marie Anderson heeft een z.g. follow-up onderzoek gedaan naar de kwaliteit van leven onder vierendertig ME/CVS patiënten. De resultaten werden eerder gepubliceerd in het Journal of Psychosomatic Research (2004)en onlangs in het Journal of Chronic Fatigue Syndrome.

Reeds na vijf jaar kwam naar voren dat de vooruitgang zich met name beperkte tot de psychische gezondheid. Denk hierbij aan een vermindering van angst- en depressiegevoelens. De ME/CVS symptomen bleven ernstig. De medische consumptie van deze groep ME/CVS patiënten was overigens gering.

Nu, na negen jaar blijkt dat slechts twee patiënten (6%) hersteld te zijn. Een drietal patiënten kreeg een andere, tweede, diagnose toebedeeld. Hun kwaliteit van leven wordt met name beïnvloed door de arbeidsongeschiktheid en de inspanningsintolerantie. De ervaren gezondheid is sterk afhankelijk van het aantal uren rust en/of slaap. Deze ME/CVS patiënten rusten en/of slapen gemiddeld nog zo'n 14 uur in een etmaal.

Bronnen:


 
 

Man met bril

LeesME blok