Canadese Consensus Criteria

Nederlandse vertaling Canadese Consensus Criteria

Een patiënt met ME/CVS

  • moet voldoen aan de criteria voor
    •  vermoeidheid,
    •  malaise en/of vermoeidheid na inspanning,
    •  slaapstoornissen en
    •  pijn;
  • heeft twee of meer neurologische/cognitieve symptomen en
  • één of meer symptomen uit twee van de categorieën van autonome, neuro-endocriene en immuunsysteem verschijnselen
  • en voldoen aan eisen beschreven onder 7.

1.

Vermoeidheid:
(verplicht)

 

de patiënt moet een ernstige mate van nog niet eerder opgetreden, onverklaarde, aanhoudende of terugkerende lichamelijke én geestelijke vermoeidheid hebben, die het activiteitenniveau van de patiënt wezenlijk vermindert.

 

2.

Malaisegevoel en/of vermoeidheid na inspanning (inspanningsintolerantie): 
(verplicht)

 

Abnormaal verlies van lichamelijk en geestelijk uithoudingsvermogen,

snel afnemende spiersterkte,

cognitieve vaardigheden

malaise en/of

vermoeidheid en/of

pijn

na inspanning.

 

Verder kan inspanning leiden tot verergering van de andere verwante symptomen

binnen de groep van symptomen waar de patiënt last van heeft.

Er is een pathologisch lange herstelduur: gewoonlijk 24 uur of langer.

 

3.

Slaapstoornissen *:

(verplicht):

 

een niet-verkwikkende slaap of hoeveelheid slaap of verstoring van het slaappatroon, bijvoorbeeld een omgekeerd of chaotisch slaappatroon.

 

4.

Pijn *:

(verplicht)

 

Spierpijn is in belangrijke mate aanwezig. De pijn kan ervaren worden in de spieren en/of gewrichten en is dikwijls wijdverspreid en verspringend van aard.

Dikwijls is er sprake van ernstige hoofdpijn, die duidelijk anders is dan ooit voor de ziekte het geval was.

 

5.

Neurologische/cognitieve klachten:

(twee of meer van de volgende klachten moeten aanwezig zijn)

 

verwardheid,

 

verminderde concentratie en korte termijn-geheugen,

 

desoriëntatie,

 

problemen met het verwerken, rangschikken en terughalen van informatie;

praktische afasie (niet op het juiste woord kunnen komen);

afwijkingen in de zintuiglijke waarneming,

bijv. problemen met ruimtelijke oriëntatie, wazig zien (onvermogen "scherp te stellen").

 

ataxie (stoornis in de samenwerking tussen de spieren),

spierzwakte en -samentrekkingen komen veel voor.

 

overbelastingsverschijnselen op cognitief of zintuiglijk niveau

(bijv. overgevoeligheid voor licht en geluid) en/of

emotionele overbelasting,

hetgeen kan leiden tot een ernstige terugval en/of angst.

 

6.

Klachten m.b.t.

het autonome zenuwstelsel, het neuro-endocriene stelsel en het afweersysteem:

(tenminste één symptoom uit twee van de onderstaande categorieën 6.1., 6.2. en 6.3):

 
 

6.1

Verschijnselen die te maken hebben met het autonome zenuwstelsel

   

orthostatische intolerantie;

   

verlaagde bloeddruk door neurologische oorzaak (NMH);

   

hartkloppingen, veroorzaakt door verandering van lichaamshouding (POTS);

   

verlaagde bloeddruk door verandering van lichaamshouding;

   

duizeligheid (licht gevoel in het hoofd);

   

extreem bleke huid;

   

misselijkheid;

   

prikkelbare darm;

   

verstoring van de blaasfunctie en/of vaak moeten plassen;

   

plotseling gejaagde hartslag, eventueel met hartritmestoornissen;

   

kortademigheid bij inspanning.

 
 

6.2

Neuro-endocriene verschijnselen:

   

instabiele c.q. lagere lichaamstemperatuur

met markeerbare dagelijkse schommeling hierin;

   

periodiek hevig zweten;

   

terugkerende "koortsgevoelens";

   

koude ledematen;

   

slecht tegen hitte en kou kunnen;

   

opvallende gewichtsverandering, anorexia of abnormale eetlust;

   

verminderd aanpassingsvermogen en verergering van symptomen

bij lichamelijke of geestelijke stress.

       
 

6.3

Immunologische verschijnselen:

   

overgevoelige lymfeklieren;

   

terugkerende zere keel;

   

terugkerende griepachtige symptomen;

   

algehele malaise;

   

intoleranties voor voedsel, medicijnen of chemische stoffen,

die voor aanvang van de ziekte niet aanwezig waren.

       

7.

Eisen

 

De klachten moeten ten minste 6 maanden duren.

Gewoonlijk is er een duidelijk begin, maar ook een geleidelijk ontstaan komt soms voor **.

Een voorlopige diagnose kan al eerder worden gesteld.

Voor kinderen zou drie maanden een geschikte termijn zijn.

De symptomen moeten zijn ontstaan bij het begin van de ziekte,

of ze moeten substantieel verergerd zijn bij begin van de ziekte.

Het is onwaarschijnlijk dat een patiënt lijdt aan alle symptomen uit de kategorieën 5 en 6.

Meestal is er sprake van symptomenklusters die in de tijd toenemen, afnemen of veranderen.

Kinderen hebben vaak een veelvoud aan opvallende symptomen,

maar de ernst ervan kan van dag tot dag variëren.

   

*

Een klein aantal patiënten heeft geen pijn- of slaapstoornissen,

toch kan de diagnose ME/CVS overwogen worden

wanneer er sprake is van een infektie-/griepachtig begin van de ziekte.

   

**

Sommige patiënten hadden voorafgaand aan ME/CVS al last van een slechte gezondheid.

Bij hen ontbreekt een duidelijk gemarkeerd begin van de ziekte

of is er sprake van een meer geleidelijk of sluipend begin.

   

 

 

Uitsluitingsdiagnoses

 

Uitgesloten dienen te worden: ziekten die de voornaamste symptomen van vermoeidheid, slaapstoornissen, pijn en cognitieve problemen verklaren.

 

Het is van het grootste belang bepaalde ziekten en aandoeningen uit te sluiten:

∘  ziekte van Addison,

∘  syndroom van Cushing (verhoogde productie van het bijnierschorshormoon cortisol),

∘  hypothyrioidie (te langzaam werkende schildklier),

∘  hyperthyrioidie (te snel werkende schildklier),

∘  ijzergebrek,

∘  andere behandelbare vormen van bloedarmoede,

∘  hemochromatose (ijzerstapeling/-vergiftiging),

∘  diabetes mellitus (suikerziekte) en

∘  kanker.

 

Het is ook essentieel om

 

∘  behandelbare slaapstoornissen, zoals

    ∙  infecties van de hogere luchtwegen en

    ∙  slaap-apneu;

∘  reumatologische aandoeningen, zoals

    ∙  reumatoïde artritis,

    ∙  lupus,

    ∙  polymyositis (bindweefselaandoening van de spieren, huid en ander weefsel) en

    ∙  ontstekingsreuma (polymyalgia rheumatica PMR);

∘  immunologische aandoeningen zoals

    ∙  AIDS;

∘  neurologische aandoeningen, zoals

    ∙  multiple sclerose (MS),

    ∙  ziekte van Parkinson,

    ∙  myasthenia gravis (spierzwakte veroorzaakt door een slechte prikkeloverdracht) en

    ∙  B12 tekort;

∘  infectieziekten zoals

    ∙  tuberculose,

    ∙  chronische hepatitis,

    ∙  de ziekte van Lyme, enz.;

∘  primaire psychiatrische stoornissen en

∘  verslavingsproblematiek.

 

uit te sluiten.

 

Het uitsluiten van andere ziekten gebeurt door anamnese en lichamelijk onderzoek.

Wanneer deze niet voldoende zijn, wordt laboratoriumonderzoek gedaan en scans gemaakt.

Wanneer een mogelijk verwarrende medische conditie onder controle is gebracht,

kan de diagnose ME/CVS worden verondersteld als de patiënt voor het overige aan de criteria voldoet.

 
 

Comorbiditeit

(ziektes die gelijktijdig kunnen optreden):

1.

Fibromyalgie Syndroom (FMS);

2.

Myofasciaal Pijn Syndroom (MPS);

3.

Aandoeningen aan het kaakgewricht;

4.

Prikkelbare darm syndroom;

5.

Blaasontsteking;

.6.

Prikkelbare Blaas Syndroom;

7.

Syndroom van Raynaud;

8.

Afwijkingen aan de hartklep;

9.

Depressie;

10.

Migraine;

11.

Allergieën;

12.

Meervoudige Chemische Intoleranties (MCS);

13.

Ziekte van Hashimoto;

14.

Syndroom van Sjögren (Sicca Syndroom).

 

Dergelijke aandoeningen kunnen samen met ME/CVS voorkomen.

Andere, zoals het prikkelbare darmsyndroom,

kunnen jarenlang voorafgaan aan het begin van ME/CVS,

maar er dan mee in verband worden gebracht.

Hetzelfde geldt voor migraine en depressie.

Dit verband is dus losser dan tussen de symptomen binnen het syndroom.

ME/CVS en fibromyalgie (FMS) zijn vaak nauw aan elkaar verbonden en

zouden als "overlappende" syndromen moeten worden beschouwd.

 

 

Idiopathische Chronische Vermoeidheid:

Indien de patiënt lijdt aan een onverklaarde, langdurige vermoeidheid (6 maanden of meer),

maar onvoldoende symptomen heeft om aan de criteria voor ME/CVS te voldoen,

zou de diagnose idiopathische chronische vermoeidheid gesteld moeten worden.