Vergelijking van metingen van fysieke activiteit bij patiënten met ME /CVS

Datum: 
14/06/2020

Metingen van fysieke activiteit bij patiënten met myalgische encefalomyelitis / chronische vermoeidheidssyndroom: correlaties tussen piek zuurstofconsumptie, de fysiek functioneren schaal van de SF-36 vragenlijst en het aantal stappen van een activiteitenmeter.

De meeste studies om inspanningsintolerantie bij patiënten met myalgische encefalomyelitis / chronische vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) te onderzoeken gebruikten vragenlijsten. Weinig studies hebben vragenlijsten vergeleken met objectieve metingen zoals een activiteitenmeter of een inspanningstest.

Deze studie vergeleek drie metingen van fysieke activiteit bij ME/CVS patiënten: de fysiek functioneren schaal (PFS) van de SF-36, het aantal stappen per dag (Steps) gebruikmakend van een activiteitenmeter, en het percentage piek VO2 van een cardiopulmonaire inspanningstest.

Vrouwelijke ME/CVS patiënten werden geselecteerd uit een klinische database als de drie soorten metingen beschikbaar waren, en het interval tussen de metingen kleiner of gelijk was aan 3 maanden. Data uit deze drie metingen werden met elkaar vergeleken door middel van lineaire regressie.

Het betreft een studie in de periode 2012-2019 van patiënten die door hun huisarts werden verwezen naar Cardiozorg voor diagnose en onderzoek. Ze ondergingen een klinische anamnese, lichamelijk onderzoek, laboratorium analyse, ECG en echocardiografie. De diagnose ME/CVS werd gesteld aan de hand van de Fukuda criteria en de Internationale Consensus Criteria. Een subgroep vulde een SF-36 vragenlijst in, droeg 5 dagen een Sensewear™ armband en onderging een cardiopulmonaire inspanningstest (CPET).

Bij 99 vrouwelijke patiënten waren de drie verschillende metingen lineair en significant gecorreleerd. (PFS vs Steps, PFS vs %peak VO2 en Steps vs %peak VO2: alle P < 0.001).

Analyse op subgroep niveau toonde aan dat de relaties tussen de drie metingen niet verschillend waren bij patiënten met en zonder fibromyalgie en met of zonder een maximale inspanningspoging (RER groter of gelijk aan 1.1). Bij 20 patiënten die opnieuw werden gezien in verband met verslechtering van symptomen, was het gemiddelde van alle drie metingen significant lager (P < 0.0001), hetgeen de observatie van onderlinge verbanden tussen de metingen versterkte.

Ondanks de grote correlatie observeerden wij een grote variatie tussen de drie metingen bij individuele patiënten.

Gegeven de grote variatie bij ME/CVS patiënten is het gebruik van slechts één soort meting inadequaat. Het integreren van de drie modaliteiten, kan nuttig zijn voor patiëntenzorg door het opsporen van duidelijke discrepanties in activiteit en kunnen studies informeren die methodes gebruiken om inspanningscapaciteit te verbeteren.

van Campen et al. J Transl Med (2020) 18:228
https://doi.org/10.1186/s12967-020-02397-7

-----